woensdag 10 december 2014

De pijp is leeg

Het jaar 2014 duurt nog precies drie weken. Alhoewel zeker niet zo bedoeld, eindig ik het jaar werkloos en in Antwerpen. Wat eigenlijk twee keer niet de bedoeling was.

Er is veel gebeurd dit jaar. Ik kan niet zeggen dat ik heb stilgezeten op professioneel gebied. Ik ging 2014 in met de nieuwsbrief Blik op Bulgarije en Roemenië. Ik had toen één abonnee. Vijf maanden later was dat nog steeds de enige. Tijd om de stekker eruit te trekken.

Ik zette de site www.handicapenprostitutiebezoek.nl op. Had niet de gedachte dat ik daar rijk van ging worden, maar het was vooral ook een persoonlijk project. De site marcheert momenteel aardig. Ik denk dat de doelgroep er zeker iets aan heeft.

Ten slotte introduceerde ik het project Grenspassage. Workshops voor Nederlanders die de grens over willen. Om bij de zuiderburen te wonen, werken, ondernemen of studeren. Daar heb ik mij sinds november vooral op gefocust. De site www.grenspassage.nl begint te lopen. Het Twitter-account doet het goed. Facebook en Google+ nog niet. Google+ ben ik net mee begonnen, dus dat is niet zo vreemd. Wat ik met Facebook aan moet? Ik snap na al die jaren nog steeds het nut niet ervan. Helaas slaan de workshops nog niet aan en heb ik de programmering ervan gedwongen moeten omgooien. Deze maand hoef ik geen aanmeldingen meer te verwachten.

Dat komt me ergens wel goed uit. De pijp is namelijk leeg. De creativiteit even uitgeblust. Al mijn professionele activiteiten gaan even op low profile. In januari weer verder en andere wegen bewandelen om van Grenspassage alsnog een succes te maken.

Persoonlijk heb ik nog steeds geen volledig afscheid genomen van Roemeense date. Zolang zij het contact mede in stand blijft houden, hoeft dat natuurlijk ook niet. Ik wil het ook niet, maar relationeel/seksueel gezien, ben ik weinig opgeschoten sinds zij in juni het land verliet. Financieel komt dat goed uit, want een werkloosheidsuitkering is geen vetpot. Toch mis ik het fysieke contact met een vrouw wel van tijd tot tijd en had ik wat meer duidelijkheid over haar huidige doen en laten wel leuk gevonden.

Tot zover 2014. Dit zou ook wel eens één van de laatste blogs kunnen zijn van dit jaar. Of ik moet nog dringende zaken kunnen melden. Het jaar is uiteraard pas voorbij als het werkelijk voorbij is. 
 


vrijdag 5 december 2014

Wie wordt de opvolger van Nirvana? De stembussen zijn geopend!

Onderaan vind je de laatste Nirvana-clip op vrijdag voor dit jaar. Het vorig jaar voor deze maand al aangekondigde Smells like teen spirit. In de originele versie en als cover door Tori Amas voor degenen die het liever wat rustiger hebben :-). Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de eerste vrijdag van de maand clip voor dit jaar, geheel volgespeeld door Cobain en zijn makkers. Wie volgt hen op in 2015?

Ik heb de afgelopen weken enkele suggesties gekregen, maar moet streng zijn. American Recordings van Johnny Cash is in 1995/1996 opgenomen en pas in '96 uitgebracht. Sorry Mieke, nog een jaartje wachten. 'Dusty old tapes' van John Hiatt is een dvd en geen cd. Jammer, Jan de Stripman, maar alleen cd's dingen mee. De Brandenburger concerten van Bach, stelde Bert voor. Why not, maar dan zul je me toch een uitvoerend orkest moeten noemen beste Bert. Ik heb zo geen idee wie het in 1995 heeft uitgevoerd. Wat blijft er dan nog over om te kiezen?

Geen paniek. Ik schotel je vijf cd's voor. Kies maar wie je het hele jaar 2015 wilt horen op de eerste vrijdag van de maand. Ik ga voor Mellon Collie and the infinite sadness van the Smashing Pumpkins, al was het maar omdat het een dubbel-cd is en er dus een ruime keuze aan songs is. Maar jij kunt anders beslissen! Iedere cd-titel is een link naar een pagina met meer info over artiest/album.

De genomineerden

1. The Chieftains - The long black veil Ton heeft deze voorgedragen en dus ook gestemd.
2. Fischer-Z - Stream Een suggestie en dus stem van Jan de Stripman.
3. Smashing Pumpkins - Mellon collie and the infinite sadness Een suggestie van mij en mijn stem.
4. Chemical Brothers - Exit planet dust Een suggestie van mij.
5. Throwing Muses - University Mijn laatste suggestie.


Er zijn nu dus drie albums die al één stem hebben. Stemmen kan t/m 31 december 23:59 uur op dit blog of op mijn Facebook-pagina. Meeste stemmen gelden en bij een gelijk aantal stemmen is de beslissing van de blogbeheerder bindend! Kom maar op met die stemmen!

Dan geef ik nu voor de laatste keer dit jaar het woord aan Kurt Cobain.


En voor de liefhebbers van een rustiger, verkorte versie is hier Tori Amos.





maandag 1 december 2014

Eerbetoon aan Ramses

1 December 2009. Ik kom 's avonds thuis van mijn eerste en laatste dag op mijn nieuwe werkplek. Het leek een leuke job bij een Vlaamse instantie voor mensen met een beperking. Na een hele dag te zijn ingewijd over de werkwijze en in between ook over de fricties tussen mijn begeleider en de directrice besluit ik dat ik mij beter niet in dat wespennest kan begeven. Ik zet de radio aan. Het eerste wat ik hoor, is dat Ramses Shaffy dood is.

Ik had hem pas sinds begin dit millennium 'ontdekt' dankzij de documentaire die over hem was gemaakt. Ik vond hem een eigenzinnige, inspirerende man. Met een bizarre levensloop. Een levensloop die wel raakvlakken heeft met de mijne al ben ik niet in Parijs op de trein gezet naar Nederland. Zijn zoeken, zijn uitdagen van het leven, het schijt hebben aan formaliteiten. Het sprak en spreekt mij aan.

Na het vernemen van zijn overlijden, is de beslissing definitief. Die job neem ik niet. De beslissing luidde een periode van werkloosheid van anderhalf jaar in, wat ik op dat moment uiteraard niet kon bevroeden. Ik was op dat moment echter zonder twijfel. Laat mij mijn gang maar gaan. Het is één van de songs die ik absoluut wil laten weerklinken op mijn begrafenis. Nog een paar andere Shaffy-klassiekers ter ere van zijn vijfde sterfdag.







woensdag 26 november 2014

Geen inspirerender vooruitzicht dan op reis te gaan

Het zijn rare laatste weken van het jaar. Werk vlot niet. Mijn eigen toko niet en het zoeken naar een vaste job niet. Kreeg de laatste week wel twee tijdelijke jobs aangeboden. De eerste lijkt te eindigen in een hoax. De tweede moet ik nog op solliciteren, als die eerste echt in een hoax eindigt. Met de maand december in zicht dreigt het jaar 2014 als een nachtkaars uit te gaan, maar zie daar: ik moet ineens ook weer werk gaan maken van mijn Europese reis.

Na dit jaar alleen in Boekarest te hebben geïnterviewd, wil ik in 2015 maar liefst acht steden aan doen. Anders wordt mijn langjarig project Mensen met een beperking aan het woord wel heel erg langjarig ... Vier dagen Boekarest kon ik dit jaar nog wel uit eigen zak bekostigen. Acht steden in goed een maand tijd wordt een ander verhaal. Dat gaat serieus in de kosten lopen.


Reiskosten, verblijfkosten, natje en droogje. Met mijn beperking kan ik niet goedkoop gaan kamperen of op een slaapzaal in een hostel gaan slapen. Ik heb de luxe van een hotelkamer zonder geruis van een snurkende buurman of buurvrouw nodig om verzekerd te zijn van een nachtrust. Een nachtrust die mij fysiek in staat stelt de volgende dag weer op sjouw te gaan.

Waar ga ik dan zoal op sjouw? Ik plan in Wenen te starten. Daarna volgen Bratislava, Boedapest, Ljubljana, Zagreb, Sofia, Athene en Rome. Ook nu is het de bedoeling dat ik in iedere hoofdstad minstens één of twee mensen met een beperking interview over hun leven in die plaats en dat land. Met de interviews uit 2013 erbij zit ik dan op 22 van de 28 EU-landen en krijg je al een goed beeld van de verschillen en overeenkomsten in het leven met een beperking tussen bijvoorbeeld Boekarest en Berlijn en  Vilnius en Rome. Dat er verschillen zijn, hoeft geen verbazing te wekken. Als ik uiteindelijk alle Europese hoofdsteden minus die van Cyprus (immers geen volledig land) heb bezocht, is er een journalistiek project tot stand gebracht waar je u tegen kunt zeggen.

Er is geen inspirerender vooruitzicht voor mij op dit moment dan de hoop in de lente van 2015 opnieuw op pad te gaan. Ik heb me echt vastgebeten in dit project. Mensen met een beperking  verdienen het dat hun stem wordt gehoord. Ze zijn nog steeds het haasje als het gaat om aandacht voor zaken als werk, inkomen, toegankelijkheid. Eenmaal ik alle verhalen uit praktisch alle landen van de EU heb verzameld, vormen ze een krachtig statement. Dat ik er een paar jaar over doe, heeft financiële en praktische redenen. Op reis in de wintermaanden is in mijn fysieke geval niet slim. Maanden achtereen op reis idem dito. Ik moet het dus wel spreiden. In het huidige tempo zou ik het project in 2016 moeten kunnen afronden. 

Voor een trip van acht steden moet ik net als in 2013 een beroep doen op externe financiering. Vorige week ontving ik een mooi bedrag van een gulle gever. Een bedrag waarmee ik een goede start van de trip kan aanvangen. Het financiert een aardig deel van de reiskosten of vier à vijf hotelkamers of goeddeels mijn natje en droogje. Hoe je het ook wendt of keert, het is niet genoeg voor de complete reis.    

Daarom verwijs ik nu direct door naar mijn sponsorpagina. Je moet het ijzer smeden als het heet is :-). Van daaruit kun je verder navigeren naar al mijn belevenissen en interviews in Europa tot nu toe. http://www.mensenmeteenbeperkingaanhetwoord.be/pages/159714/Sponsoring_reis_trip_2015.html

Alles hangt natuurlijk wel af van de omstandigheden in de lente van 2015. Laat ik daar eerlijk over zijn. Ik moet het fysiek aan kunnen. Ik moet er de gelegenheid voor krijgen qua werk of juist geen werk. En last but not least moet vriend Poetin geen nieuwe rare dingen gaan doen in het oosten van Europa. De trip naar Boekarest hield al een zeker risico in. Voor Sofia, Bratislava en Boedapest gaat dat ook gelden zolang de Oekraïne-crisis door ettert.

Afijn: ik ga me vanaf december toch alvast voorbereiden op deze geplande trip. Die voorbereiding voorkomt een al te donkere, sombere, pessimistische maand die ik normaal ervaar in de laatste weken van het jaar. Wie mijn gemoed verder wil opvrolijken met een sponsorbijdrage dank ik uiteraard van ganser harte vooraf.

Om toch in donkere sferen te blijven, ik kan het niet laten, maar weer eens een nummertje van Portishead. Ik heb onlangs besloten mede dit nummer ten gehore te laten brengen op mijn begrafenis, de laatste reis in een mensenleven. Een reis die ik graag nog even uitstel tot ver na de voltooiing van mijn Europese reis overigens Ik ben nu nog jong en fysiek in goede conditie. Deze jaren moet die Europese reis plaatsvinden.

  
   

donderdag 20 november 2014

Digitale revolutie in goed 20 jaar tijd

In waar eens de dienst Marketing en Communicatie van de stad Antwerpen zat, recht tegenover mijn woonst, huizen nu sinds september dit jaar studenten in hun kot. Ik heb er vrij uitzicht op en wanneer ze hun gordijnen niet hebben gesloten, kan ik bij sommigen zien wat ze zoal doen. Nee, ik ben geen oude gluurder, maar je kijkt af en toe wel eens uit het raam ter afleiding. Mijn werkplek bevindt zich daar nu eenmaal.

Wat doen de dames en heren studenten zoal? Rondhangen, sjauwelen en serieus aan het werk zijn achter hun computer. Daar wil ik het even verder over hebben. Als ik hen namelijk zo bezig zie, moet ik weer aan mijn eigen studietijd denken.

Ik begon in 1988 aan een studie Rechten aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Mag verder geen naam hebben. Ik heb er goed drie maanden  rondgelopen, toen was duidelijk dat ik een verkeerde studiekeuze had gemaakt. Daarna ging het naar de Hogeschool voor Economische Studies in dezelfde stad voor een studie EL, Economisch-Linguïstisch. Talen en economische vakken, vooral. Verder nog wat recht en psychologie.

Daar op de HES kreeg ik voor het eerst te maken met de computer. Het werd geen gelukkige kennismaking. Om überhaupt iets op dat ding uit te kunnen voeren, moest je eerst allerlei codes in MS DOS invoeren. Probeer die maar eens allemaal te onthouden!

http://www.inventinginteractive.com/wp-content/uploads/2010/12/msdos.jpg

Informatica ging niets voor mij zijn. Toch kocht ik een paar jaar na mijn afstuderen in 1993 mijn eerste computer en in 1998 ging ik zelfs online. Nog via het inbellen met de huistelefoon. Hoop lawaai, langzaam en natuurlijk behoorlijk prijzig.

En kijk eens waar we nu staan anno 2014, 21 jaar later na afstuderen. Breedband internet is de standaard, er is wifi. MS DOS? Wie kent dat nog? Ja programmeurs. Maar zelfs een digibeet als ik zet nu zonder stress de computer aan die uit zichzelf opstart en je kunt direct beginnen.

Wie had dat 20 jaar geleden kunnen bedenken? De studenten van vandaag mogen blij zijn dat ze nu studeren en niet aan het begin van de digitale revolutie. Zou ik pas vandaag de dag aan een studie moeten beginnen, had ik in elk geval betere keuzes gemaakt, want ook de EL-studie heeft me beroepsmatig niet ver gebracht. But, it's no use crying over spilt milk. 

vrijdag 14 november 2014

Een sterretje aan de hemel

Ik heb nog niet veel uitvaarten bijgewoond in mijn leven. Familie en bekenden genoeg die zijn ontvallen, dat wel. Vooral familie van mijn vaders kant. Enkele van zijn broers en zussen, zijn vader en moeder. Omdat mijn vader behoorlijk gebrouilleerd was met zijn familie, kwamen we er sinds mijn tienerjaren al niet meer. Toen menig broer, zus en zijn vader en moeder stierven, ging hij toch nog naar hun begrafenis. Tegen mij zei hij dat ik niet per se aanwezig hoefde te zijn. Dat zei hij niet alleen vanwege de verziekte familieverhoudingen. Hij vond het voor mij ook niet zo praktisch om in de rouwstoet naar de begraafplaats mee te lopen.

Zodoende heb ik tijdens mijn Rotterdamse jaren slechts twee begrafenissen lijfelijk bijgewoond. Die van mijn opa van moeders kant en van mijn vader zelf. In Antwerpen stond de teller tot nu toe op één. Vandaag is er een tweede uitvaart bij gekomen.

Ik introduceerde het in mijn blog van gisteren al. De uitvaart van een jongetje van vijf dat is overleden aan een hersentumor. Ik had geen enkele relatie tot het kind. Had hem tot vandaag nooit gezien. Zijn moeder evenmin. Ik ken dan wel weer de huidige vriend van de moeder en op uitnodiging van hem woonde ik de uitvaartdienst bij.

Er is veel volk op afgekomen, merk ik wanneer ik tegen tienen het crematorium bereik. Ik condoleer alvast de kennis. De moeder, die een eindje verderop staat, heeft het op dat moment al niet meer. Die val ik beter even niet lastig nu. We kennen elkaar immers niet.

De dienst begint even na kwart over tien en duurt een uur. De meter, vrouwelijke peetouder, leest een tekst voor en kan haar tranen niet bedwingen. De moeder leest een tekst voor, in tranen. Ze mist haar kind nu al. Dat nu een sterretje aan de hemel is. Iemand leest namens oma een tekst voor. Juffen delen hun ervaringen met het overleden kind. De juffen zingen met de klasgenootjes een refrein uit een kinderliedje. Je bent een knappe jongen als je het dan zelf toch ook niet even te moeilijk krijgt.

Om dat in de hand te houden, concentreer ik mij op wat ik om mij heen zie. Op een scherm worden foto's van het jongetje geprojecteerd. Niet een heel uur naar kijken. Ik had het al over klasgenootjes. Ik zit helemaal achteraan de zaal, buitenstaander als ik ben ga ik mij niet vooraan begeven, en kijk met regelmaat naar een jongetje dat vooraan bij het podium zit. Hij kan na verloop van tijd de aandacht niet meer vasthouden en begint wat te draaien, te rekken en te strekken. Ik kan een binnenpretje vanwege dit schouwspel niet onderdrukken.

Het geheel duurt dus een uur. In goede banen geleid door een medewerkster van het crematorium. Na alle toespraken en afgespeelde kinderliedjes wordt iedereen verzocht een laatste keer persoonlijk afscheid te nemen voor het podium met een foto erop. 'Bijvoorbeeld door een buiging te maken of uw hand op de urn te leggen.' Niemand legt de hand op de urn. Sommigen maken een buiging. Anderen staan  een paar seconden stil. Doordat ik helemaal achteraan zat, ben ik ook één van de laatsten die voor het podium staat. Ik kijk naar de foto met het lachende jongetje. Ik maak een knipoog. Mijn manier om tegen hem te zeggen 'het is goed'.

Bij het verlaten van de zaal krijgt iedereen een ballon in handen. Die van mij is groen. Buiten op het grasveldje laten we tegelijkertijd de ballonnen los. Gedurende enkele minuten zien we ze wegdrijven in de lucht. Symbolischer kan niet.

Tijd om afscheid te nemen. Ik geef de moeder een hand en zeg haar dat het een mooie dienst was. Ik geef de kennis een hand en spreek nog enkele woorden met hem. Ik geef de biologische vader een hand en introduceer mezelf als zijnde een vriend van de vriend van zijn ex. Hij geeft me een stevige omhelzing.

Met het uittikken van dit verhaal heb ik deze ervaring, die ik niet licht zal vergeten, kunnen afsluiten. Voor de direct betrokkenen begint nu pas echt het rouwproces. Met als mentale, symbolische houvast dat het jongetje nu een sterretje aan de hemel is.

Uiteraard plaats ik geen muziek of afbeelding vandaag.    
 

donderdag 13 november 2014

Snap jij nog wat van het leven?

Vooraf: dit blog is in één ruk geschreven zonder eindredactie erop. Mochten er kromme wendingen, spellingfouten in staan: excusez-moi!

Het einde van het jaar 2014 nadert met rasse schreden. Tijd om de persoonlijke balans op te maken, ook al is het jaar natuurlijk pas echt gedaan op 31 december. Wie weet wat er in de laatste zes/zeven weken nog staat te gebeuren.

Hoe is het met Johan? Op die vraag valt geen eenduidig antwoord te geven. Ik heb nog steeds profijt van de positieve flow die ik kreeg van mijn contact met en bezoeken aan Roemeense date. De bezoeken zijn al vijfenhalve maand geleden geëindigd en komen nooit meer terug. Het contact is er sporadisch nog. Af en toe stuur ik een mail of SMS. Ondanks eerdere beloften, beantwoordt ze die niet. Om ineens vanuit het niets te bellen en dan een minuut of tien aan de telefoon te hangen. Vrouwen blijven wonderlijke wezens. Het belangrijkste voor mij is te weten dat het relatief goed met haar gaat en dat dat zij weet dat ik haar nog steeds dankbaar ben voor alles. De positieve flow en de seks.

Seks. Ik heb niet veel ondernomen op het gebied van normale seks sinds ons scheiden. Dat had ik mezelf en haar beloofd. Ook al zal zij er niet zwaar aan tillen, wanneer ik wel iedere paar weken van bil was gegaan met een andere dame. Tja, met wie? Eind augustus probeerde ik eens een body to body massage. Had er in een ver verleden in Rotterdam een paar goede ervaringen mee. Toen is nu niet meer. Eind september bezocht ik een privéclub in Den Haag. Was er toch en een geheel nieuwe omgeving zou wellicht wonderen kunnen doen. Werd het dus ook niet.

Alhoewel ik vanaf dag één fysiek afscheid heb genomen van Roemeense date en me realiseer dat ik niet naar een kloon van haar moet zoeken, probeer je natuurlijk wel zoveel mogelijk eenzelfde soort genoegdoening te vinden. Wat goed en lekker is, smijt je immers niet weg. Maar, ik had en heb geen zin om in die zoektocht honderden mogelijke adressen af te lopen. Dat heb ik gehad. Daarom trok ik halfweg oktober mijn wel erg stoute schoenen aan en wandelde  naar Bulgaarse date met de vraag of ze me nog binnen zou laten, als ik geld op zak had. Wat nu niet het geval was. Ze antwoordde bevestigend.

Ik had me heilig voorgenomen absoluut niet meer naar Bulgaarse date terug te keren. Wilde geen oude wonden bij mezelf en haar open reten. Bovendien is Bulgaarse date een geheel ander type. Beleefde ik in het eerste jaar met haar nog regelmatig een girlfriend experience, in de loop der tijd werd ze veel zakelijker. Maar toch, ondanks al deze bedenkingen  stapte ik op 20 oktober na bijna 2 1/2 jaar haar kamer weer binnen.

Was het een succes? Ja en nee. We spraken niet over het verleden. Ik hield mijn mond erover en ook zij toonde geen behoefte daartoe. We wisselden wat wederwaardigheden uit over wat er sinds mei 2012 met ons was gebeurd. Waar ik was geweest, vroeg ze. Ik hield het oppervlakkig bij 'een Roemeense dame'. 'Most girls are Romanian nowadays'. You bet.

De seks? Ze deed haar best mij genot te bezorgen. Ik deed mijn best daarvan te genieten. Het lukte in zoverre dat ze me een orgasme bezorgde. Dat was in het verleden vaak genoeg anders geweest. Zelf vond ze het zo zo. Ik was op dat moment wel tevreden, maar nu erop terugkijkend snap ik waar haar ambivalente houding vandaan kwam. Het spetterde niet tussen ons. Ik was afwachtend. Wilde zien hoe het zou uitpakken. Zij was zakelijk zoals altijd. Als het vuur alleen van mij moet komen, slaat de vlam nooit volledig in de pan. Zou ik meer enthousiasme hebben getoond, zou haar eindoordeel wat milder zijn geweest. Daar zit 'm de kneep: hoeveel enthousiasme zou ik nog bij Bulgaarse date kunnen opbrengen zonder alle zotte bijkomstigheden en spanning die ik voordien bij haar ervoer? Daar heb ik hoe dan ook geen zin meer in. Nu bijna een maand later sta ik voorlopig niet te popelen om met grote regelmaat weer af te zakken naar Bulgaarse date. Mocht de nood echt hoog zijn, ja. Maar ik ga zeker niet eenzelfde frequentie als bij Roemeense date aanhouden. En liefst blijf ik gewoon weg.

Ik ben namelijk ook aan het daten geslagen. Eindelijk. Met een dame die ietsjes jonger is en ook een beperking heeft. We weten via mail en FB ondertussen al wat de wederzijdse beperking inhoudt, wat we voor de kost doen, waar ieder zoal naar luistert en zoekt in een date. Toch genoeg voor een eerste vrijblijvende kennismaking zou je denken. Ik heb het eens voorgesteld. Ergens wat drinken. Niks meer. Ze vindt het nog te vroeg. Of dat nu serieus gemeend is of de boot afhouden? Ik zal vrouwen nooit begrijpen. Afwachten maar. Voorlopig laat ik vanwege mogelijke normale date Bulgaarse date even links liggen. Wel een goede moraal hanteren.

Het leven geeft niet om moraliteit. Morgenochtend ben ik naar de uitvaart van een jongete van vijf dat is overleden aan een hersentumor. Toen ik hoorde dat hij eraan leed, gingen mijn gedachten automatisch terug naar mijn vader die er zes jaar geleden aan overleed. Hoe kom je eraan? Hoe kom je eraf? Niet levend in  elk geval. 

Als het zaterdag niet te slecht weer is, ga ik 's avonds naar de Carolus Borromeuskerk.Dan wordt daar onder andere psalm 42 van Mendelssohn ten gehore gebracht. Nee, ik ben niet ineens alsnog christelijk geworden. Ik ben geïnviteerd door de sopraan die ik ken via de sociale media. En waarom zou ik ook niet gaan? Aan mijn leven valt toch al geen touw vast te knopen, dus zo'n tegennatuurlijk avondje uit kan er ook nog wel bij. Ik verlaat jullie na al deze gedachten met iets meer vertrouwds.

        

vrijdag 7 november 2014

Waar luisteren we volgend jaar naar?

Nog twee Nirvana video's te gaan op de eerste vrijdag van de maand dit jaar. Deze maand het nummer 'Sliver' en in december, geen verrassing, Smells like teen spirit. En ja, dan is die takkenherrie voorbij.

We waren dit jaar bij Nirvana uitgekomen, omdat het in april 20 jaar geleden was dat Cobain zichzelf een kogel door de kop schoot. Welke artiest of band zal ik in 2015 eens centraal stellen op de eerste vrijdag van de maand? Mijn concept volgend, moet het dan een cd zijn uit 1995, want we gaan immers altijd 20 jaar terug in de tijd met deze serie.

1995. Ik zal nog eens door mijn cd-collectie struinen, maar de enige cd die spontaan in mij opkomt, is de dubbelaar Mellon Collie and the infinite sadness van de Smashing Pumpkins. Mijn lezers vluchten nu allemaal gek gillend weg van dit blog ...

Blijf en vertel mij dan maar welke cd uit het jaar 1995 jij zo geweldig vindt dat die het hele jaar 2015 airplay verdient op de eerste vrijdag van de maand.  Nou? Alles mag, behalve jazz, Nederlandstalig en opera. Want daar krijg ik het van op mijn zenuwen. Voor de rest: rock, House, singer/songwriter, klassiek. Kom maar op met jullie suggesties!

Take it away Kurt!

    

dinsdag 4 november 2014

Berlijn een kwart eeuw vrij

Zondag is het 25 jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. Ik heb de Muur nog in volle glorie gezien, een paar maanden voordat die viel. Mijn eerste keer in Berlijn, samen met een dan net ex-klasgenoot. We reden in zijn 2cv dwars door Checkpoint Charlie Berlijn binnen. Overnachten deden we uiteraard in het westelijke deel, nabij de Kurfürstendamm. Er bestaan nog foto's van mij voor de Muur. Helaas, dat zijn Polaroidkiekjes en dus niet digitaal. Ik was toen nog net geen 20.

Twintig jaar later was ik terug in Berlijn. Nu met Meesteres. We hielden er een kort verblijf. Deels als toerist, deels in onze beider rollen. Als toerist bezochten we Checkpoint Charlie. Je kon er uiteraard gewoon rondlopen. Wel was er nog steeds parafernalia uit het communistische verleden van de stad en de DDR te koop. Om bij ons hotel te geraken, liepen we via een gigantische omweg (je moet mij gaan kaart laten lezen) langs restanten van de Muur. We hebben zelfs nog in Kreuzberg rondgelopen.

Weer vier jaar later verbleef ik voor de derde  en voorlopig laatste keer in Berlijn tijdens het eerste deel van mijn Europese toer (ik zoek nog steeds sponsors voor het tweede af te leggen deel in 2015: http://www.mensenmeteenbeperkingaanhetwoord.be/pages/159714/Sponsoring_reis_trip_2015.html). Mijn territorium was toen vooral de omgeving van Berlin Hauptbahnhoff, niet veel te beleven daar, en Unter den Linden. 

Je mag dus gerust stellen dat ik de stad wel een beetje ken. Ik heb er ook wel wat mee. Ik heb sowieso iets met Duitsland. Ik houd van de deutsche Gründlichkeit. Gründlich wat de toegankelijkheid betreft. Het huidige Berlijn mag dan financieel gezien armlastig zijn: je proeft er wel een vrije, beetje anarchistische sfeer. Ik zou er best kunnen wonen. Nee, ik heb geen plannen daartoe.

Berlijn 25 jaar vrij. Na dat feestje valt er gelijk iets minder plezants te gedenken. In de nacht van 9 op 10 november 19328 vond immers in Duitsland de Kristallnacht plaats. Voor de niet zo geschiedkundig onderlegde lezers: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kristallnacht Een voorbeeld van de niet zo fraaie Duitse Gründlichkein vanaf de jaren 30 tot mei 1945.

Waar zou aanstaande zondag de meeste aandacht naar uit gaan? Ik denk 25 jaar geleden. Terecht, maar laten we 1938 dan ook niet vergeten. Want niets in de geschiedenis blijkt toeval. De Kristallnacht was immers een kleine opmaat naar 1940 - 1945. We weten allemaal hoe na 1945 de Duitse geschiedenis zich voort ontwikkelde tot de bouw van die Muur tot aan 9 november 1989.









 

zondag 2 november 2014

Novembertraditie

Na de zomerse zaterdag moeten we ons toch echt gaan opmaken voor novemberweer: regen, somber, nat, koud, kil. Daar hoort maar één song bij. Onderstaande. En ja, ik ga er echt een traditie van maken deze ieder jaar in november ten gehore te brengen, al dan niet met Elton John. 


dinsdag 28 oktober 2014

Sneak peeks uit mijn autobiografie: hoofdstuk 7

Het laatste, relatief korte hoofdstuk. Ik kijk terug op de eerste 45 jaar van mijn leven en alle vrouwen die in het boek de revue zijn gepasseerd. Wat heb ik geleerd uit mijn relatie met hen en wat neem ik daaruit mee voor de rest van mijn leven? Hoe zie ik de rest van mijn leven überhaupt voor me?

De titel van mijn autobiografie, 'Afscheid is nooit definitief', komt verschillende keren voorbij tijdens mijn reflecties in dit hoofdstuk.  En ik reflecteer aan een film uit 1988. De vaste bezoeker van dit blog weet direct de titel daarvan te roepen!



In het jaar 1988 krijg ik een cinematografische voorstelling van hoe mijn liefdesleven en seksleven zich zou gaan ontwikkelen. Dat weet ik nu in retrospectief. Ergens in de zomer van 1988 zie ik de film ‘The unbearable lightness of being’ van Philip Kaufmann voor het eerst. Het liefdesverhaal over Thomas en Tereza tegen de achtergrond van de Praagse Lente. Thomas is een losbol met vrouwen en versiert iedere vrouw die op zijn pad komt. Als reden geeft hij dat hij het leven ‘ondraaglijk licht vindt’. Tereza vindt zijn geflirt verschrikkelijk. Desondanks blijft ze van hem houden. Tegen het einde van de film, we zijn dan ver over de twee uur van de 170 minuten speeltijd, zijn ze eindelijk  gelukkig met elkaar. Eind goed al goed? Nee, want in de laatste scènes leren we dat ze beiden om het leven zijn gekomen door een eenzijdig auto-ongeluk. De remmen werkten niet meer.  



Ik kan me moeiteloos met Thomas vereenzelvigen. Niet dat ik het leven luchtig opvat. Integendeel. Ik kijk er met een veel te zwaarmoedige blik naar. Als ik mezelf eerder had geleerd zaken te relativeren, zou het mij heel wat makkelijker in mijn leven zijn afgegaan. Met relaties, met werk. Wat ik met Thomas gemeen heb, zijn de vele vrouwen in mijn leven. Het is niet iets dat ik bewust heb nagestreefd, al die verschillende seksueel getinte relaties. Zeker niet wanneer je de financiële kostprijs daarvan gaat berekenen. Die moet na 26 jaar zo langzamerhand de complete schuld van mijn vader bij zijn dood bedragen. Als het niet meer is. Anders dan bij hem het geval was, zit ik echter niet in de schulden. Thomas vond uiteindelijk zijn rust en geluk bij Tereza. Helaas voor hem, oké het is en blijft fictie natuurlijk, duurde dat niet lang. Of ik ooit het geluk en de rust bij een vrouw vind? Ik ga er niet vanuit. Roemeense date zal de kandidate niet meer zijn. Ook al blijft ze me mijn hele verdere leven lief. Andere kandidates zijn vooralsnog niet te bespeuren in mijn leven. ....



De verstandhouding met mijn moeder heeft zich langzamerhand gestabiliseerd. Ze zal mijn gedachtegang nooit begrijpen en dat blijft wederzijds. Haar hoop op mijn terugkeer naar Rotterdam verdwijnt nooit. Voor mijn vader heeft ze geen goed woord over. Dat vind ik normaal, gezien de schuldenberg. Ik zoek haar gemiddeld één keer in de vier weken op. Ze brengt dan steevast haar eigen dood ter sprake. ‘Weet je waar alle papieren liggen?’; ‘neem je nog spullen mee?; ‘ik zou niet weten wie je kunt vragen om het huis leeg te laten halen.’ Ja, dat wordt een grandioos probleem. Met die bekende ene linkerhand en een familie waar je geen reet aan hebt, kom ik niet ver. Ik zeg telkens dat ze wel 100 kan worden. Ze is nu 74. We hebben dus hopelijk nog even te gaan. Statistisch gezien, sterft zij eerder dan ik. Geen vader meer. Straks geen moeder meer. Kind van ouders die ik nooit heb begrepen. Zoon van ouders die mij tijdens hun leven niet konden vatten. Gelukkig is het altijd een wisselwerking van twee kanten geweest. Mijn jeugd, mijn relatie tot hen op latere leeftijd: het valt niet uit te vlakken. Zelfs niet na het overlijden van hen. Afscheid is nooit definitief.



Alleen op de wereld, daar ben ik trouwens niet bang voor. Ik ben altijd al een Einzelgänger geweest. Anders dan mijn moeder begeef ik mij wel normaal onder de mensen. Ik ga uit. Spreek makkelijk met deze en gene wanneer we elkaar enigszins kennen en liggen. Niet dat ik veel hechte contacten opbouw. Niet dat ik iedereen in het café of op straat de oren van de kop klets. Ik zit in elk geval niet hele dagen thuis.



Voor de dood heb ik geen angst. Noch voor mijn eigen dood noch voor die van anderen. Het is onderdeel van het leven. Mijn eigen dood zie ik als een soort van ‘bevrijding’ tegemoet. Ik probeer het niet meer te bespoedigen via zelfmoordgedachten. Tenminste, zolang de status quo van het geen gegarandeerde afdoende methode voorhanden hebben intact blijft. Dat verandert niet zo snel. Ondertussen let ik zelfs beter op mijn gezondheid. Ik denk aan de vitamines, ga op tijd naar bed. Nachtbraken op SM-feestjes in het weekend is al een paar jaar passé. Ik masturbeer zelfs minder dan ik jarenlang gewend ben geweest te doen. Ik ben benieuwd hoe mijn einde gaat  komen. Het mooiste scenario is te sterven in je slaap. Je gaat naar bed, valt in slaap en wordt nooit meer wakker. Helaas ben ik ondanks een gezondere levensstijl nog steeds een bar slechte slaper. Gemiddeld geraak ik ‘s nachts een keer of drie wakker. Op die manier wordt dit geen realistisch scenario. Ander favoriet scenario: stel ik weet op een gegeven moment hoeveel uur ik nog heb te leven en ik ben voor de rest goed van geest. Hoe zou ik die laatste uren doorbrengen? Terugkijken op mijn leven? Onvermijdelijk. Maar, de allerlaatste drie uur zou ik reserveren voor het nog eenmaal bekijken van ‘The unbearable lightness of being’. De film die ik onbewust, ik denk er echt niet iedere dag aan, altijd in mijn leven heb meegedragen.



Ik ben voorstander van euthanasie. Een euthanasieverklaring heb ik dan weer niet ondertekend. Niet in Nederland, niet in België. Dat krijg je als je het medische circuit vermijdt. In acht jaar Antwerpen ben ik zegge en schrijven één keer naar de huisarts geweest. Voor een administratieve handeling. Ik ga uit van het herstellend vermogen van mijn lichaam bij een griep of ander ongemak. Pillen slik ik per definitie niet. Geen chemische rotzooi in mijn lichaam. Ik hoop ten slotte dat ik niet aan mijn einde kom door opnieuw zo’n stomme val als op mijn achtste. Valpartijen doen zich elk jaar meermaals voor. De ene keer met meer schade aan have en goed dan de andere keer. Ik kon er wat van in Rotterdam en ook al moet ik in Antwerpen extra op mijn hoede zijn vanwege de abominabele bestrating her en der en de vele kasseien: ook hier ga ik eens in de zoveel tijd onderuit. De enige serieuze kwetsuur die ik bij alle valpartijen sinds mijn handicap heb opgelopen, was een gebroken wijsvinger, december 1996. Het kan erger.

 Tot zover deze sneak peeks uit mijn autobiografie. Er is weliswaar ook nog een epiloog, maandag 20 oktober pas geschreven!, maar die blijft een verrassing!

maandag 27 oktober 2014

Sneak peeks uit mijn autobiografie: hoofdstuk 6

Nu eens geen vrouwen of seks. Hoofdstuk 6 handelt over mijn werkende leven.  Nu ja, werkend. Zoals bekend, zijn er lange periodes waarin ik niet werk. Buiten mijn schuld. Dat ik zo moeilijk aan een  job geraak eenmaal ik weer werkloos ben, heeft meerdere redenen: mijn beperking, de economie, maar toch vooral ook mijn opleidingen. Ik had na HAVO en VWO verstandigere studiekeuzes moeten maken.

Allez, it's no use crying over spilt milk. Wat ik hier in Antwerpen zo'n beetje heb gedaan aan werk, weten de vaste bezoekers van dit blog. Ik neem jullie nu mee naar het relaas over hoe ik aan mijn eerste betaalde job kwam en hoe dat bepaald geen succes werd.



Eind 1995 besliste ik dat het zo niet langer door kon gaan. Ik moest aan de bak zien te komen en schakelde de bemiddeling van de ANGO in. Dit is een organisatie die mensen met een handicap op velerlei gebieden bijstaat. Ook met het zoeken naar werk. Ik kreeg een consulente toegewezen die met mij aan het brainstormen ging. ‘Ik zou niet direct bij het bedrijfsleven solliciteren. Probeer het eens bij scholen, bibliotheken. De non-profit sector neemt makkelijker mensen zoals jij aan. Stel eerst voor dat je stage wilt lopen. Daar verdien je niet veel mee, maar je doet wel werkervaring op. Als ze dan zien wat je kunt, krijg je wellicht een vast contract aangeboden.’ Zo zouden we het doen. Ik had vrij snel succes. Begin 1996 kon ik stage lopen op de Hogeschool Rotterdam & Omstreken. Een docent had een nieuwe opleiding opgezet en daarvoor een lesboekje samengesteld. Zijn Nederlands was erbarmelijk. Of ik dat kon herschrijven. Dat bleek niet zo moeilijk. Men was tevreden over mijn werk en over mijn houding. Je zou het niet zeggen na alles wat ik hiervoor over mezelf heb verteld, maar ik heb een zeer meegaand karakter. Op mijn werkplek, waar dat ook moge zijn, loop ik praktisch nooit zichtbaar terneergeslagen of met de bokkenpruik op rond. ‘Je bent altijd vrolijk zo ’s ochtends vroeg’, hield een collega bij mijn één na laatste werkgever in Antwerpen, Electrabel, me voor. Hijzelf was steevast het aller vroegst aanwezig. ‘Die vrolijkheid is toneel’, antwoordde ik hem. En dat is het. Hoe diep ik ook in de put kan zitten, hoe klote ik me ook voel. Op het werk zal men daar nooit erg in hebben. De collega wilde het niet geloven. Afijn, terug naar de Hogeschool Rotterdam. Men bood mij een vast contract aan voor de post van Office Manager. Het zou mijn taak worden de zojuist gestarte opleiding – Small Business,  hierin worden studenten binnen vier jaar klaargestoomd voor het ondernemerschap – bij het bedrijfsleven onder de aandacht te brengen. De studenten moesten immers stage lopen en projecten in de praktijk kunnen uitvoeren. Ik twijfelde. Een commerciële job waarvan ik wist dat die me niet bij voorbaat lag. De consulente vond dat ik het moest proberen. Ik nam de job aan en kreeg niet lang daarna spijt.



We praten over het jaar 1996, net na de zomervakantie. Paul, de initiator van het hele gebeuren en mijn directe baas, en ik hebben een gesprek. ‘Ik wil dat je aan het einde van het schooljaar 40 bedrijven hebt binnengehaald.’ Ja leuk. Ik wil ook zoveel. Hoe moet ik dat bereiken? Ik schrijf een mailingbrief en doe die in dat jaar verscheidene keren in grote getale de deur uit. Dan is het wachten op een reactie die mondjesmaat binnenkomt. Onvoldoende dus. ‘Je zult bedrijven ook moeten bellen’, oppert slimmerik Paul. Ja, dat kan ik ook bedenken. Als niemand positief op die brief reageert, wie zegt mij dan dat ze tijdens een telefoongesprek ineens interesse tonen? ‘Goedemorgen mijnheer, met Johan Peters van de Hogeschool Rotterdam. Ik heb u … weken geleden een brief gezonden over de opleiding Small Business …’ ‘Brief? Ik heb geen brief gezien.’ ‘Oh, zal ik u dan uitleggen …’ ‘Nee hoor. Geen tijd, geen interesse. Dag mijnheer.’ Zo gaat het heel vaak. Ik haat dat soort verkoopgesprekken per telefoon, ik haat telefoneren sowieso (corticaal stotteren), en die haat is tijdens dit jaar op de Hogeschool ontstaan. Ik haal bij lange na niet het aantal van 40 opdrachtgevers. Paul is not amused en het is snel duidelijk dat ik geen contractverlenging hoef te verwachten. Wat ik absoluut niet wil. Zomer 1997 is het gedaan als Office Manager. Eens, maar nooit meer. De laatste drie maanden van het jaar heb ik mijn eerste en enige uitzendbaantje ooit via Randstad. PR- en redactiewerk bij het Bedrijfschap Slagersbedrijf te Rijswijk. De uitzendconsulent kent het hoofd daar persoonlijk en dat helpt. Men is tevreden, maar heeft geen financiën mij langer te behouden. Wat ergens goed uitkomt, want sinds 2000 ben ik vegetariër. Een grote vleeseter ben ik in heel die negentiger jaren niet geweest.