woensdag 22 oktober 2014

Sneak peeks uit mijn autobiografie: hoofdstuk 1

Ik ga iets heel gewaagd doen de komende week: iedere dag gun ik jullie een sneak peek uit een hoofdstuk van mijn autobiografie. De bedoeling daarvan is te zien hoe jullie daarop reageren. Zo kan ik hopelijk objectief bepalen of het verstandig gaat zijn veel tijd te steken in de publicatie ervan. Mochten jullie het niets vinden om wat voor reden dan ook, dan houd ik het complete verhaal lekker voor mezelf.

De structuur van mijn autobiografie zit ingewikkeld in elkaar. Het verhaal van mijn leven laat zich nu eenmaal niet zo makkelijk vertellen. Ja, het gaat over handicap, acceptatie ervan, seks, werk, de dood en de zoektocht naar liefde/geluk. Dat zijn de sleutelwoorden. Uit ieder hoofdstuk zal ik een passage over een persoon plukken die een belangrijke rol in mijn leven speelde of nog steeds speelt. De keuze voor de sneak peek uit hoofdstuk 1 is een makkelijke. Dat kan maar één persoon zijn: Anneke. Zij is de directe aanleiding voor alles wat de afgelopen 26 jaar in mijn emotionele leven is gebeurd.



Anneke is een stil, teruggetrokken meisje. Waar iedereen van HAVO 4 tijdens de pauzes samenklontert in de aula, verdwijnt zij steevast in een studiehoek. Om in haar eentje wat te studeren of huiswerk te maken. Veel vriendinnen heeft ze niet op school, al trekt ze op met Ilse. Anneke en Johan. Twee introverte types. Haar introvert zijn, trekt mij aan. Het lijkt mij makkelijker een relatie aan te gaan met iemand die rustig en kalm is dan met een spring in het veld. Bij het eventuele aangaan van een relatie stel ik hoge verwachtingen. Het slagingspercentage moet groot zijn. Alleen op die manier kan ik mijn leven de gewenste richting geven. Ik worstel met belangrijke levenskwesties op het moment dat mijn vizier zich op Anneke richt. Hoe ga ik mijn leven inrichten na mijn middelbare schooltijd: studeren?; werken? Wat? Waar? Ik heb geen flauw idee. Het moment dat ik keuzes moet gaan maken, is niet meer zo heel ver af in april 1986. Ik worstel bovendien met mijn masochistische gevoelens. Ik vind ze niet normaal en wil ervan af. Thuis houd ik wijselijk mijn mond over alles wat met emoties en seksualiteit te maken heeft. Mijn ouders vragen mij nimmer hoe ik mijn toekomst zie, wat ik wil doen, hoe het met de meisjes staat etc. Vrienden heb ik niet, ondanks de leuke contacten in HAVO 4.Ik sta er alleen voor.

Onzekere, introverte Johan heeft ineens de aandacht van een introverte klasgenote. Bingo!? Niet direct. De laatste paar maanden van schooljaar HAVO 4 trek ik wat meer met Anneke op. Ik laat haar nochtans niet blijken dat ik een bovengemiddelde interesse in haar heb. Dat bewaar ik voor na de zomervakantie. HAVO 5, eindexamenjaar. Ik zie haar dan iedere dag ontzettend vaak, want we hebben op één vak na hetzelfde examenpakket. Nederlands, Engels, Frans, Duits, Geschiedenis. Waar zij als zesde vak Aardrijkskunde heeft gekozen, ben ik voor Handelswetenschappen gegaan. De zomervakantie van 1986 duurt mij veel en veel te lang. Er gaat geen dag voorbij of ik ben wel aan het bedenken hoe ik mij tegenover haar moet gedragen, wat ik moet zeggen. Eens moet de aap uit de mouw komen. Wanneer? Met haar verjaardag wellicht?

Anneke is Maagd van sterrenbeeld, net als ik. Zij verjaart 16 dagen voor mij en is dan een goede twee weken net zo oud. Met haar verjaardag doe ik niets bijzonders. Ik heb haar gefeliciteerd. In mijn herinnering is er geen zoen aan te pas gekomen. Ik was heel erg verlegen in mijn contact naar meisjes toe. Ook op mijn 45e, na het delen van het bed met heel veel dames, ben ik nog steeds schuchter en verlegen in mijn seksuele doen en laten richting het vrouwelijk geslacht. Al begon ik met Roemeense date echt goed los te komen. Mijn handicap speelt daarin een grote rol. Het is altijd afwachten hoe ze erop reageren. Daarom laat ik het initiatief vaak aan hen over. Wat niet altijd even slim is, omdat je dan niet zeker kunt zijn dat de seks zich ontwikkelt zoals jij het zou willen. Het meest noemenswaardige lichamelijke contact tussen mij en een meisje in heel de HAVO-periode was een aai over mijn bol van Paulien. Ik heb geen idee in welke context ze dat deed. Ze vond me vast een aardige jongen. Bij sommige vrouwen wek ik ontzettend veel sympathie op, een soort van moederinstinct bijna. Ze willen me helpen met aankleden of zijn bang dat ze iets verkeerd doen tijdens het vrijen waardoor ik pijn zou ervaren.

Aardig ben ik al die maanden eveneens richting Anneke. We duiken steeds vaker gezamenlijk een studiehoek in en maken ons huiswerk. Tussendoor spreken we over de dingen des levens. Zij weet al dat ze gaat werken na haar examens. Ik twijfel die laatste maanden van 1986 nog steeds. Beetje bij beetje leer ik wat meer over haar familiale achtergronden. Ze is niet het enige kind en een nakomertje. Ik heb de indruk dat ze niet heel erg gelukkig is met haar thuissituatie, mijn psychologische talenten beginnen al te ontluiken, maar durf er niet over door te vragen. Zoals ik heel 1986 niets durf te doen. Het blijft bij samen optrekken en samen huiswerk maken. Heel af en toe breng ik het onderwerp relatie en verliefdheid ter sprake. In zeer algemene bewoordingen waaruit absoluut niet te opzichtig blijkt dat ik een groot oog op haar heb. Daardoor kan ook zij zich in algemeenheden blijven hullen. Al is ze zeker en vast zo slim geweest te beseffen dat Johan niet voor niets zoveel met haar optrok. Ze laat het toe en zegt verder niets concreets daarover. Zo dans ik om haar heen terwijl de rest van de klas al lang en breed doorheeft dat ik achter haar aanzit. Men spoort mij aan eens actie te ondernemen. Die actie volgt uiteindelijk vanaf vrijdag 31 januari 1987.

Ik kan niet langer wachten. Het moet eruit dat ik zo langzamerhand smoor op haar ben. Ik weet het zeker: met Anneke wil ik mijn leven richting gaan geven. Direct vertellen, vind ik niet zo’n goed idee. Mijn handicap zorgt ervoor dat ik niet altijd even makkelijk en duidelijk uit mijn woorden kom. Zeker niet in stressvolle situaties. Dan klap ik snel dicht. Het heeft voor een belangrijk deel met de ademhaling te maken, zo leer ik jaren later tijdens logopedielessen. Verder beletten mijn mondspieren de juiste articulatie van sommige woorden. Vooral bij bepaalde Engelse en vooral Franse woorden is het juist uitspreken ervan een beproeving. Die ik meestal niet goed doorsta op het moment zelf. De medische term ervoor luidt corticaal stotteren. Het lijkt me in 1987 niet slim daar op het moment suprème last van te gaan ondervinden. Ik schrijf op 31 januari een lange brief aan haar. Een brief waarin ik eindelijk mijn verliefdheid uit en waarin ik haar vraag of zij ook verliefd is op mij. Zo ja, dan wil ik haar na ons examen graag mee uitnemen. Waarom ik dat pas juni 1987 wilde doen? En waarom die voorwaarde? Ik heb echt geen flauw idee. Er zijn momenten in mijn leven dat ik zulke stomme, onhandige dingen zeg. Het gebeurt onbewust. Het floept eruit zonder er bij na te denken en een weg terug is er niet meer. Het staat nu op papier. Met de hand geschreven, want het computertijdperk heeft in 1987 nog niet zijn overweldigende intrede gedaan. Ik geef haar de bewuste brief op maandagochtend 3 februari en vraag haar erover na te denken en mij te antwoorden. Het antwoord komt de volgende dag. ‘Johan, ik vind je een leuke jongen, maar verkering? Nee.’
 

4 opmerkingen:

Anoniem zei

Da's al een heel hoofdstuk!

Kon wel eens een dik boek worden denk ik.

Opmerkingen (je vroeg erom)
Vlaamse invloeden in het taalgebruik zijn onmiskenbaar.
Je wisselt tussen Johan als derde persoon, en dan heb je het weer over ik. Vind ik nogal verwarrend als stijlfiguur.

Zelfstandig journalist Antwerpen zei

Wat wil je Aad, 45 jaar. Daar kun je een dik boek over schrijven :-). Dank voor je opmerkingen. Ik ga daar nog eens naar kijken. Vanavond een sneak peek uit hoofdstuk 2!

petrus nelissen zei

Ik wilde de afloop kennen dus ben blijven lezen. Het is wel afstandelijk geschreven. Ik ben wel benieuwd naar de rest

Zelfstandig journalist Antwerpen zei

Afstandelijk? Hm, daar was ik mij niet van bewust. Hoofdstuk 2 is al online.