maandag 27 oktober 2014

Sneak peeks uit mijn autobiografie: hoofdstuk 6

Nu eens geen vrouwen of seks. Hoofdstuk 6 handelt over mijn werkende leven.  Nu ja, werkend. Zoals bekend, zijn er lange periodes waarin ik niet werk. Buiten mijn schuld. Dat ik zo moeilijk aan een  job geraak eenmaal ik weer werkloos ben, heeft meerdere redenen: mijn beperking, de economie, maar toch vooral ook mijn opleidingen. Ik had na HAVO en VWO verstandigere studiekeuzes moeten maken.

Allez, it's no use crying over spilt milk. Wat ik hier in Antwerpen zo'n beetje heb gedaan aan werk, weten de vaste bezoekers van dit blog. Ik neem jullie nu mee naar het relaas over hoe ik aan mijn eerste betaalde job kwam en hoe dat bepaald geen succes werd.



Eind 1995 besliste ik dat het zo niet langer door kon gaan. Ik moest aan de bak zien te komen en schakelde de bemiddeling van de ANGO in. Dit is een organisatie die mensen met een handicap op velerlei gebieden bijstaat. Ook met het zoeken naar werk. Ik kreeg een consulente toegewezen die met mij aan het brainstormen ging. ‘Ik zou niet direct bij het bedrijfsleven solliciteren. Probeer het eens bij scholen, bibliotheken. De non-profit sector neemt makkelijker mensen zoals jij aan. Stel eerst voor dat je stage wilt lopen. Daar verdien je niet veel mee, maar je doet wel werkervaring op. Als ze dan zien wat je kunt, krijg je wellicht een vast contract aangeboden.’ Zo zouden we het doen. Ik had vrij snel succes. Begin 1996 kon ik stage lopen op de Hogeschool Rotterdam & Omstreken. Een docent had een nieuwe opleiding opgezet en daarvoor een lesboekje samengesteld. Zijn Nederlands was erbarmelijk. Of ik dat kon herschrijven. Dat bleek niet zo moeilijk. Men was tevreden over mijn werk en over mijn houding. Je zou het niet zeggen na alles wat ik hiervoor over mezelf heb verteld, maar ik heb een zeer meegaand karakter. Op mijn werkplek, waar dat ook moge zijn, loop ik praktisch nooit zichtbaar terneergeslagen of met de bokkenpruik op rond. ‘Je bent altijd vrolijk zo ’s ochtends vroeg’, hield een collega bij mijn één na laatste werkgever in Antwerpen, Electrabel, me voor. Hijzelf was steevast het aller vroegst aanwezig. ‘Die vrolijkheid is toneel’, antwoordde ik hem. En dat is het. Hoe diep ik ook in de put kan zitten, hoe klote ik me ook voel. Op het werk zal men daar nooit erg in hebben. De collega wilde het niet geloven. Afijn, terug naar de Hogeschool Rotterdam. Men bood mij een vast contract aan voor de post van Office Manager. Het zou mijn taak worden de zojuist gestarte opleiding – Small Business,  hierin worden studenten binnen vier jaar klaargestoomd voor het ondernemerschap – bij het bedrijfsleven onder de aandacht te brengen. De studenten moesten immers stage lopen en projecten in de praktijk kunnen uitvoeren. Ik twijfelde. Een commerciële job waarvan ik wist dat die me niet bij voorbaat lag. De consulente vond dat ik het moest proberen. Ik nam de job aan en kreeg niet lang daarna spijt.



We praten over het jaar 1996, net na de zomervakantie. Paul, de initiator van het hele gebeuren en mijn directe baas, en ik hebben een gesprek. ‘Ik wil dat je aan het einde van het schooljaar 40 bedrijven hebt binnengehaald.’ Ja leuk. Ik wil ook zoveel. Hoe moet ik dat bereiken? Ik schrijf een mailingbrief en doe die in dat jaar verscheidene keren in grote getale de deur uit. Dan is het wachten op een reactie die mondjesmaat binnenkomt. Onvoldoende dus. ‘Je zult bedrijven ook moeten bellen’, oppert slimmerik Paul. Ja, dat kan ik ook bedenken. Als niemand positief op die brief reageert, wie zegt mij dan dat ze tijdens een telefoongesprek ineens interesse tonen? ‘Goedemorgen mijnheer, met Johan Peters van de Hogeschool Rotterdam. Ik heb u … weken geleden een brief gezonden over de opleiding Small Business …’ ‘Brief? Ik heb geen brief gezien.’ ‘Oh, zal ik u dan uitleggen …’ ‘Nee hoor. Geen tijd, geen interesse. Dag mijnheer.’ Zo gaat het heel vaak. Ik haat dat soort verkoopgesprekken per telefoon, ik haat telefoneren sowieso (corticaal stotteren), en die haat is tijdens dit jaar op de Hogeschool ontstaan. Ik haal bij lange na niet het aantal van 40 opdrachtgevers. Paul is not amused en het is snel duidelijk dat ik geen contractverlenging hoef te verwachten. Wat ik absoluut niet wil. Zomer 1997 is het gedaan als Office Manager. Eens, maar nooit meer. De laatste drie maanden van het jaar heb ik mijn eerste en enige uitzendbaantje ooit via Randstad. PR- en redactiewerk bij het Bedrijfschap Slagersbedrijf te Rijswijk. De uitzendconsulent kent het hoofd daar persoonlijk en dat helpt. Men is tevreden, maar heeft geen financiën mij langer te behouden. Wat ergens goed uitkomt, want sinds 2000 ben ik vegetariër. Een grote vleeseter ben ik in heel die negentiger jaren niet geweest.
 

2 opmerkingen:

knutselsmurf zei

Eens zien of het reageren nu wel lukt ?
Schrijven is leuk, maar uitgeven is wat anders. Ik zou het zelf niet aandurven. Misschien als ik 10.000 likes had op Facebook, dat zou misschien genoeg aanmoediging zijn. Ik wilde reageren toen je schreef over je eerste afwijzing door een middelbare-school leerlinge. Dat is zoooo alledaags/herkenbaar. De fout die alle jongens van die leeftijd maken, is dat ze een meisje uitkiezen dat voortaan hun aandacht krijgt. Terwijl het andersom werkt. Het meisje kiest jou uit. Als ze genoeg heeft van die jongen die er wel leuk uitziet, maar niet zo heel aardig is.
Als je geluk hebt. Als man heb je het voordeel dat je aan de buitenkant niet kan zien dat je nog maagd bent, al hebben klasgenoten het meestal wel door.

De pikorde onder de meisjes wordt niet alleen bepaald door hun uiterlijk.

Zelfstandig journalist Antwerpen zei

Je hebt een goed punt knutsel. Voorlopig loopt het nog niet over van enthousiaste reacties. Ook niet op Facebook. Wat de liefde betreft: natuurlijk zal bijna iedere jongen wel eens iets gelijkwaardigs meemaken. Voor mij was het niet zomaar een afwijzing en dat wordt duidelijk in het vervolg van de autobiografie.